De huidige wettelijke grondslag voor de werkzaamheden en de positie van het Fonds zijn gebaseerd op artikel 71 t/m 73 van de Woningwet. Daarin zijn de taken, de bestuurlijke inrichting, de middelen en de bevoegdheden van het Fonds en het ministerieel toezicht op het Fonds geregeld.
In de Woningwet is aangegeven dat op onderdelen nadere regels gesteld worden bij algemene maatregel van bestuur. Deze zijn verwoord in het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (BCFV, laatstelijk gewijzigd Stb. 2008, 239). In dat besluit zijn enkele belangrijke begripsbepalingen opgenomen. Daarnaast bevat het Besluit nadere regels omtrent de verstrekking van subsidie door het Fonds, de sanering- en projectsteun en de heffing van bijdragen van corporaties aan het Fonds. Ook wordt het financieel toezicht dat het Fonds uitoefent op corporaties en de inhoud van de door het Fonds op te stellen beleidsregels in het BCFV nader geregeld.
In het Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh) is de adviesrol van het Fonds verankerd inzake toelating (art. 5), statutenwijzigingen (art. 9), fusies (art. 10b) en ministeriële aanwijzingen (art. 41). De adviestaak van het Fonds op andere terreinen is gebaseerd op ministeriële circulaires.
De MG-circulaires van het ministerie voor WWI gaan over woonbeleid en hebben betrekking op nieuwe wet- en regelgeving en beleidsregels.
Het Centraal Fonds is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat is ingesteld door het ministerie van VROM. Dit betekent dat het Fonds een publiekrechtelijke rechtspersoon is die als organisatie zijn taken zelfstandig uitvoert. De Kaderwet ZBO's is van toepassing.





Rapporten, onderzoeken en artikelen
Informatie per woningcorporatie
Wet- en regelgeving over de corporatiesector