De referentiegroepen vormen een onderzoeksinstrument en maken een zinvolle vergelijking mogelijk tussen gegevens van corporaties. In verband hiermee worden ze ook gebruikt als hulpmiddel in de bedrijfsvergelijking ‘Corporatie in Perspectief’. In ‘Corporatie in Perspectief’ kan voor een groot aantal variabelen worden vergeleken hoe de score van een corporatie zich verhoudt tot de score van de referentiegroep waar de corporatie toe behoort. Over de referentiegroepen is een toelichting opgesteld.
De indeling van de referentiegroepen
|
Referentiegroep |
Aantal corporaties (verslagjaar 2008, |
|
|
1 |
Studentenhuisvesting |
7 |
|
2 |
Ouderenhuisvesting |
21 |
|
3 |
Grote herstructureringscorporaties |
13 |
|
4 |
Middelgrote en kleine herstructureringscorporaties |
49 |
|
5 |
Gemiddeld profiel |
120 |
|
6 |
Gemiddeld profiel met accent op |
90 |
|
7 |
Gemiddeld profiel met krimpende portefeuille |
20 |
|
8 |
Corporaties met relatief jong bezit |
16 |
|
9 |
Corporaties met marktgevoelig bezit |
43 |
|
10 |
Corporaties met stabiele portefeuille |
38 |
|
11 |
Overige corporaties |
13 |
De referentiegroep 11 ‘Overige corporaties’ is gereserveerd voor a-typische corporaties die niet goed in een van de andere groepen zijn in te passen. In deze groep bevinden zich relatief veel zeer kleine corporaties. De corporaties in deze groep worden alleen met het Nederlands gemiddelde vergeleken en niet onderling.
Voor het maken van een zinvolle vergelijking is het van belang dat:
- De referentiegroepen onderling voldoende onderscheidend zijn voor de variabelen waarop wordt vergeleken
- De referentiegroepen onderling in redelijke mate homogeen zijn
- Er een plausibele relatie is tussen de kenmerken op basis waarvan de groepen zijn gevormd en de variabele waarop wordt vergeleken





Rapporten, onderzoeken en artikelen
Informatie per woningcorporatie
Wet- en regelgeving over de corporatiesector