De rechtbank Zwolle heeft op 22 januari 2010 het beroep van De Veste ongegrond verklaard. De Veste had eerder beroep aangetekend tegen de weigering van de minister van WWI om de toelating tot het stelsel van corporaties in te trekken.
Deze uitspraak bevat twee belangwekkende oordelen.
Ten eerste het oordeel dat de toelating in de Woningwet géén gesloten stelsel is. Het volstaat niet om eenvoudigweg te verwijzen naar het ontbreken van een bepaling hieromtrent in de Woningwet.
Dit betekent dat ieder verzoek van een corporatie inhoudelijk afgewogen moet worden op z’n merites. De solidariteit binnen het bestel speelt hierbij een sleutelrol.Tot twee keer toe zegt de rechtbank namelijk dat de minister in redelijkheid van oordeel kan zijn dat de solidariteit wordt aangetast als vermogende instellingen kunnen uittreden en daardoor niet meer bijdragen aan het CFV. Uittreding van De Veste zou hier een voorbeeld van zijn.
Het tweede belangwekkende oordeel is dat het draait om de aspecten “solidariteit binnen het bestel” en “effectief toezicht” op naleving van publiekrechtelijke bepalingen. Dit ondanks het feit dat het de overheid wel vrij staat zelf te oordelen over een een verzoek tot intrekking.
Het is van betekenis dat uit beleidsneutrale hoek is uitgesproken dat de sectorsolidariteit kernelement van het publiek belang is. De bijdrageheffingen van het CFV vallen ook onder deze noemer. Overigens is ook in de Beschikking van de Europese Commissie van 15 december 2009 erkend dat de steun zoals door het CFV verstrekt, geoorloofde staatssteun is.





Rapporten, onderzoeken en artikelen
Informatie per woningcorporatie
Wet- en regelgeving over de corporatiesector